Landbouw: Regeerakkoord 2017

Landbouw, voedsel, natuur, visserij en dierenwelzijn

Nederland is de tweede voedselexporteur ter wereld. Onze agro-foodsector kan een belangrijke bijdrage leveren aan een duurzame voedselvoorziening voor de groeiende wereldbevolking. Het beleid is er op gericht dit potentieel te benutten, binnen de geldende natuur- en milieunormen. Innovatie en ondernemerschap zijn daarbij cruciaal, net als aandacht voor de continuïteit van gezinsbedrijven die een grote rol spelen in de sector. Innovatie moet ook onderdeel zijn van een eigentijds Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, net als duurzaamheid, voedselzekerheid en voedselveiligheid. Ook streeft Nederland internationaal met andere koplopers naar verbetering van het dierenwelzijn. Bij handelsverdragen wordt niet getornd aan de Europese standaarden. We spannen ons in voor herstel en behoud van de Nederlandse natuur, bijvoorbeeld met de oprichting van één beheerautoriteit voor de Waddenzee.

Nationaal beleid

  • Nationaal beleid is er op gericht om zo efficiënt mogelijk aan de Europese eisen te voldoen. Een gelijk speelveld tussen producenten in de verschillende EU-landen vereist dat er zo min mogelijk zogeheten ‘nationale koppen’ op Europese regels zijn.
  • Niet tijdig voldoen aan EU-normen dwingt tot hard ingrijpen, met soms vergaande consequenties voor individuele bedrijven. Dat willen we voorkomen door samen met de sector te inventariseren wat de langetermijnopgaven zijn en gezamenlijke actieplannen op te stellen. De versterking van de kringlooplandbouw en de dalende bodemvruchtbaarheid worden hierin meegenomen.
  • Het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn zal worden uitgevoerd. Dit actieprogramma definieert maatregelen die de standaard vormen voor duurzaam en landbouwkundig doelmatig gebruik van stikstof en fosfaat in de Nederlandse landbouw. Door het van kracht worden van de maatregelen in het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn zal voor de periode 2018-2021 opnieuw een uitzondering (“derogatie”) van de Nitraatrichtlijn verkregen moeten worden.
  • Het laatste decennium zijn we in Nederland geconfronteerd met de gezondheids- en leefomgevingsrisico’s in gebieden met een zeer hoge veedichtheid. Die kunnen en willen we niet negeren. Het kabinet zal met de sector en de betreffende provincies bezien hoe we deze problematiek kunnen aanpakken. In samenspraak met de provincies (met name Noord Brabant) wordt bezien hoe een warme sanering van de varkenshouderij in belaste gebieden kan worden vormgeven. Het rijk reserveert hiervoor financiële middelen.
  • Er komt een bedrijfsovernamefonds waaruit jonge boeren worden ondersteund om de overname van het gezinsbedrijf en investeringen in innovatie te financieren.
  • Om het dierenwelzijn en de voedselveiligheid te borgen en de reputatie van de Nederlandse agrofoodsector te beschermen word het toezicht aangescherpt. De NVWA wordt doorgelicht op kosteneffectiviteit en efficiëntie. We intensiveren structureel 20 mln. voor versterking van de organisatie.
  • We ondersteunen initiatieven die de verbinding tussen boer en burger versterken, zoals city-landbouw en de verkoop van streekproducten op de boerderij.
  • De mededingingswet wordt aangepast zodat samenwerking in de land- en tuinbouw expliciet wordt toegestaan. Dit om de ongelijke machtsverhoudingen in de keten te compenseren.
  • Op verzoek van branche- of producentenorganisaties kan de overheid sectorale afspraken in de land- en tuinbouw algemeen verbindend verklaren (AVV-en), bijvoorbeeld voor de financiering van onderzoek naar innovatieve producten en het verplichten van duurzamere standaarden. Hierbij wordt rekening gehouden met Europese kaders en de Nederlandse exportpositie. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) krijgt een speciaal team voor geschillenbeslechting in de agro-nutriketen.
  • De ACM gaat erop toezien dat boeren en tuinders hogere prijzen ontvangen van afnemers die bovenwettelijke eisen stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van duurzaamheid of dierenwelzijn.  Om een gezonde leefomgeving te waarborgen voor mensen en dieren zal het kabinet de samenwerking in de Regio FoodValley ondersteunen en de uitkomsten daarvan beschikbaar maken voor de rest van Nederland.
  • Ten opzichte van het emissiepad bij ongewijzigd beleid moeten de broeikasgasemissies uit de landbouw in 2030 met 3,5 Mton afnemen. Het kabinet zal met de sector in gesprek gaan over de invulling hiervan. Daarbij hebben technische maatregelen (mestverwerking, voedselmix, kas als energiebron, etc.) de voorkeur boven volumebeperkende maatregelen.
  • Voor het tegengaan van methaanuitstoot in de landbouw wordt er in samenwerking met waterschappen en betrokken boeren geëxperimenteerd met flexibel peilbeheer, en verder onderzoek naar onderwaterdrainage en praktijkonderzoek naar daling methaanemissie mestopslagen. In samenwerking met boeren wordt in de directe omgeving van Natura 2000 gebieden bekeken of agrarisch natuurbeheer een bijdrage kan leveren aan minder intensieflandgebruik en daarmee aan de klimaatopgave en natuurherstel. Het kabinet gaat betrokken boeren hier dan voor compenseren en benut daarbij alle mogelijkheden van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
  • Waar nodig en mogelijk krijgen supermarkten en horeca meer ruimte om overschotten aan voedselbanken te doneren.
  • Ten behoeve van de 2027-doelen van de Kaderrichtlijn Water maakt het kabinet afspraken met de decentrale overheden over de ondersteuning van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW).
  • Regionaal maatwerk voor de aanpak van wateroverlast, waterkwaliteit en zoetwatergebruik is mogelijk om tegen minimale maatschappelijke kosten aan de eisen van de Nitraatrichtlijn te voldoen.
  • Het beleid ten aanzien van nationale parken wordt voortgezet.
  • Er komt één beheerautoriteit voor de Waddenzee die een integraal beheerplan uitvoert, waardoor betere bescherming van natuurgebieden gecombineerd wordt met beter visbeheer.
  • De programmatische aanpak stikstof (PAS) wordt voortgezet, maar wordt zo nodig aangepast naar aanleiding van de uitspraken van het Europees Hof.
  • Het groen onderwijs zal op dezelfde wijze per deelnemer gefinancierd worden als het reguliere onderwijs. Daar past bij dat het groen onderwijs als beleidsterrein wordt ondergebracht bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De kenmerkende hechte samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven blijft gewaarborgd. De oude taakstelling van 10 miljoen euro op het groen onderwijs wordt teruggedraaid.
  • Ter cofinanciering vanuit de overheid van een innovatieprogramma visserij wordt incidenteel 15 mln. euro beschikbaar gesteld.

Inzet in de Europese Unie

  • Het kabinet zet in op hervorming van het GLB na 2020. Het GLB moet minder gericht worden op inkomensondersteuning en meer op innovatie, duurzaamheid, voedselzekerheid en voedselveiligheid. Daarnaast moet het GLB samenwerking tussen landbouwers faciliteren en bijdragen aan de crisisbestendigheid van de sector. Met deze focus kan ook de verkleining van het GLB-budget door de Brexit worden opgevangen.
  • Tegelijkertijd zetten we in op vereenvoudiging van het GLB en daarmee op een verlaging van de regeldruk vanuit Europa. We streven op Europees niveau naar doelvoorschriften, bijvoorbeeld ten aanzien van de kwaliteit van lucht en oppervlaktewater, om op nationaal niveau vrijheid te behouden voor de invulling van de doelen. Ook moet er op nationaal niveau voldoende ruimte zijn voor pilots om op een efficiënte manier aan de eisen van richtlijnen (bijv. de Nitraatrichtlijn) te voldoen.
  • Er worden niet meer visgebieden gesloten dan noodzakelijk vanuit Europese regelgeving. Nederland zal in EU-verband bepleiten dat bij de locatie van windmolens op zee rekening gehouden wordt met de belangen van de visserij en dat daar waar mogelijk multifunctioneel gebruik wordt toegestaan.
  • Een EU-verbod op pulskorvisserij moet worden voorkomen. De aanlandplicht moet worden versoepeld zodra er alternatieven zijn die hetzelfde doel dienen. Nederland zal zich hiervoor inzetten.
  • Nederland zal in het kader van de Brexit-onderhandelingen opkomen voor de Nederlandse visserijbelangen. Nederland zal zich met andere koplopers blijven inzetten voor een verbetering van het dierenwelzijn en een gelijk speelveld in Europa en daarbuiten (handelsverdragen).
  • Nederland zal zich in internationaal verband inzetten voor behoud van het kwekersrecht.
  • Nederland zal zich in Europa inzetten voor de toepassing en toelating van nieuwe veredelingstechnieken, zoals Crispr Cas9, mits daarbij geen soortengrenzen worden overschreden.

Dierenwelzijn

  • Het kabinet voert een verkenning uit naar het verder beperken van het vervoer van dieren en verbetering van het comfort bij het vervoer en zal voorstellen doen voor regelgeving op Europees niveau, inclusief een sluitend controle- en sanctieregime.
  • Het kabinet wil het aantal stalbranden verminderen en zal hiertoe samen met verzekeringsmaatschappijen en ketenkwaliteitsystemen vóór 2019 afspraken maken over de bestrijding van knaagdieren door ondernemers en een periodieke elektrakeuring.
  • Het kabinet wil geen wettelijke verplichting tot weidegang. De sector dient er daarom voor te zorgen dat de eigen doelstellingen in 2020 haalt.
  • Er komen voorstellen voor een witte lijst van bonafide hondenhandelaren.
  • De illegale import van beschermde dieren moet een halt toe worden geroepen. Er komt een aangepaste regeling van de positieflijst van toegestane huisdieren.
  • Onderzocht wordt of het forensisch-pathologisch onderzoek bij dieren bij het Nederlands Forensisch Instituut versterkt moet worden.