Wie een aanbouw, dakopbouw of complete renovatie plant, besteedt doorgaans veel aandacht aan vergunningen, materialen en de planning van de werkzaamheden. Wat zelden in het voortraject wordt besproken, is de toegang tot de bouwplaats. Bij de meeste particuliere bouwprojecten rijden vrachtwagens met beton, staal of dakpannen over opritten, stoepen en tuinpaden die daar niet op berekend zijn. Een betonmixer weegt volgeladen ruim 30 ton. Een kraan die op een grasveld wordt gepositioneerd, drukt het gewicht samen op een oppervlak van enkele vierkante meters. Het resultaat: verzakte klinkers, diepe bandensporen in het gazon en beschadigde riolering onder de oprit. Die schade wordt pas zichtbaar na afloop van de werkzaamheden, en de kosten voor herstel staan in geen enkele offerte.
Voor particulieren die een bouwproject voorbereiden, is het verstandig om dit onderwerp al in het eerste gesprek met de aannemer te bespreken. Niet alle aannemers nemen maatregelen om de omgeving te beschermen, simpelweg omdat het niet standaard in hun werkwijze zit. Toch is de oplossing relatief eenvoudig en in verhouding tot de totale bouwkosten beperkt in prijs. Tijdelijke rijplaten verdelen het gewicht van bouwverkeer over een groter oppervlak, waardoor de ondergrond intact blijft. Na afronding van het project worden de platen verwijderd en resteert er geen zichtbare schade aan tuin, oprit of bestrating.
Welke situaties om bescherming vragen
Niet elk bouwproject vereist bodembescherming, maar bij een aantal veelvoorkomende situaties is het verschil tussen wel en niet beschermen direct zichtbaar. Bij een aanbouw aan de achterzijde van een woning moet materiaal vaak via de zijtuin of over het gazon worden aangevoerd. Bij een dakopbouw wordt een kraan op straat of op het erf geplaatst. Bij funderingswerk rijden zware machines over ondergrond die niet verdicht mag worden. Stalen rijplaten van Debru zijn in die situaties een oplossing die snel te leggen is en belastingen tot tientallen tonnen verdraagt. De platen worden op maat geleverd voor het specifieke project en na afloop opgehaald, waardoor de opdrachtgever geen opslagruimte nodig heeft en geen eigenaar wordt van materiaal dat hij daarna niet meer gebruikt.
Ook bij projecten die vergunningsvrij zijn, zoals veel bijgebouwen en erfafscheidingen, is de aanvoer van materiaal een onderschat aandachtspunt. Een betonwagen die een fundering voor een tuinhuis komt storten, rijdt over dezelfde oprit als het gezinsautootje. Het verschil in gewicht is een factor twintig. Zonder bescherming is de kans op schade aan ondergrondse leidingen, drainage en bestrating reëel. Wie dat vooraf regelt, bespaart niet alleen geld maar ook de discussie achteraf over wie verantwoordelijk is voor het herstel.
Wat je als opdrachtgever kunt afspreken met de aannemer
De verantwoordelijkheid voor schade aan de omgeving van de bouwplaats ligt juridisch niet altijd eenduidig vast. In veel gevallen is de aannemer aansprakelijk voor schade die tijdens de werkzaamheden ontstaat, maar dat geldt alleen als het aantoonbaar is dat de schade door het bouwverkeer is veroorzaakt. Een oprit die al licht verzakt was voor de bouw begon, levert een lastige bewijspositie op. Het vastleggen van de staat van de omgeving met foto’s voorafgaand aan de werkzaamheden is daarom een basismaatregel. Daarnaast kan in de aannemingsovereenkomst een bepaling worden opgenomen over bodembescherming en het herstel van de directe omgeving.
Voor wie een verbouwing plant en grip wil houden op de omgeving, is het opnemen van tijdelijke rijplaten in het bouwplan een concrete stap. Het voorkomt dat de winst van een mooie aanbouw teniet wordt gedaan door een tuin die na de bouw opnieuw moet worden aangelegd. Aannemers die bodembescherming standaard meenemen in hun offerte, tonen daarmee dat ze niet alleen naar het bouwwerk kijken maar ook naar de impact van het bouwproces op de woning en de directe leefomgeving van de opdrachtgever.
