Home 9 Kleine bouwwerken

Kleine ‘bouwwerken’

Soms kan een klein bouwwerk toch nog veel vragen oproepen. Mogen mijn buren zomaar een trampoline in de voortuin plaatsen? Mag ik een pergola tegen mijn huis bouwen? En hoe zit het met een vlaggenmast? Ook voor de allerkleinste bouwwerken is het gewoon handig om de regels voor vergunningsvrij bouwen even goed op een rij te hebben.  

Net als bij alle andere bouwwerken, is het verschil tussen een bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit belangrijk. Zie de Knip.

Bouwtechnisch

Veel kleine objecten zijn bouwtechnisch vergunningsvrij. Bouwwerken lager dan 5 meter zijn veelal vergunningsvrij, dus veel kleine bouwwerken vallen hieronder. Alle bouwtechnisch vergunningsvrije bouwwerken staan in artikel 2.25 t/m 2.27 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Vergunningsvrij betekent niet dat iets regelvrij is. U moet ten allen tijden voldoen aan regels die betrekking hebben op o.a. veiligheid, gezondheid enz. Deze zijn in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving te zien (voorheen Bouwbesluit).

Ruimtelijk

Belangrijker is de ruimtelijke component, de zogenaamde omgevingsplanactiviteit. De omgevingsplanactiviteit gaat over de omvang en het gebruik. Dit is en/of landelijk, en/of gemeentelijk geregeld. Landelijk vergunningsvrije bouwwerken staan in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving artikel 2.29. De regels gaan vóór de gemeentelijke regels. Voorbeelden zijn: vlaggenmasten, tuinmeubilair, speeltoestellen en bouwwerken kleiner dan 2 m2 en lager dan een meter. Ook erfafscheidingen tot 1 meter vallen hieronder.

Daarnaast is in gemeentelijke Omgevingsplannen een aantal omgevingsplanvergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Dit gaat veelal over grotere bouwwerken zoals een vergunningsvrije aanbouw of een mantelzorgwoning. Zie Vergunningsvrij bouwen.

Let op: In beschermde stad- en dorpsgezichten en bij of aan monumenten gelden de regels voor vergunningsvrije kleine bouwwerken niet of nauwelijks. Het is verstandig hierover met de gemeente te overleggen.

Veel voorkomende kleine bouwwerken

Vlaggenmast

Eén vlaggenmast tot 6 meter hoog is vergunningsvrij, als deze op een gebouwerf komt te staan. Dit is geregeld in de landelijke regels. Meerdere vlaggenmasten op een gebouwerf, of een vlaggenmast op een perceel zonder gebouw, is standaard (landelijk) niet vergunningsvrij. Het kan zijn dat het binnen het bestemmingsplan wel is toegestaan. In dat geval kan de gemeente een vergunning verlenen. Kijk in het bestemmingsplan onder ‘bouwwerken geen gebouw zijnde’. Meestal staat er ook het een en ander over vlaggenmasten in de Welstandsnota (onder reclame).

Tuinmeubilair

Tuinmeubilair (op de grond) is vergunningsvrij, mits niet hoger dan 2,5 meter. Het is onafhankelijk van het bestemmingsplan toegestaan tuinmeubilair te plaatsen, dus in de voor-en achtertuin. Komt er verharding bij, dan kan het zijn dat daar wel een vergunning voor nodig is, bijvoorbeeld als het in de bestemming Natuur komt te staan.

Binnen de categorie Tuinmeubilair valt ook een pergola. Een pergola is een open constructie, en wordt vaak gebouwd om te laten begroeien door klimplanten. De maximale hoogte van 2,5 meter die geldt voor tuinmeubilair, geldt ook voor een pergola. Deze mogen, net als ander tuinmeubilair, aan de voor -en achterkant van een woning komen (behalve als het gaat om een beschermd gezicht of monument!). Nadrukkelijk vallen constructies waar een doek tussen kan worden gespannen niet onder de categorie tuinmeubilair, maar onder een bijbehorend bouwwerk (met een dak). Het is immers geen open constructie meer, maar een overkapping.

Sport- en speeltoestellen.

Ook Sport- en speeltoestellen voor particulier gebruik zijn niet gekoppeld aan een gebouwerf of regels uit het bestemmingsplan. Deze mogen dus overal vergunningsvrij worden geplaatst én gebruikt. De maximale hoogte vanaf maaiveld is 2,5 meter, en het moet gaan om toestellen alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens. Via gemeentelijke regels zijn soms hogere speeltoestellen mogelijk, mits dit specifiek is opgenomen in het bestemmingsplan/Omgevingsplan. Bouwtechnisch zijn speeltoestellen tot 4 meter, landelijk, vergunningsvrij. Maar blijft u onder de 2,5 meter, dan gaat het sowieso goed.

Over losgeplaatste trampolines is duidelijke jurisprudentie waaruit blijkt dat deze vergunningsvrij kunnen worden geplaatst, mits op de grond en niet hoger dan 2,5 meter. Dus ook in een voortuin of op een weiland. Een trampoline die wordt ingegraven is niet per definitie vergunningsvrij omdat er gemeentelijke regels voor gelden mbt afgraven. Ook als er bomen moeten worden gekapt voor een trampoline kan het zijn dat alsnog een vergunning nodig is. Via de vergunningscheck Omgevingsloket is na te gaan of dat ook voor uw situatie geldt.

Zwembaden

Een klein opblaaszwembadje, dat een paar warme dagen in een tuin staat, lijkt redelijkerwijs niet te vallen onder het bouwen van een zwembad maar eerder onder het plaatsen van tuinmeubilair of speeltoestel. Voor grotere zwembaden, bubbelbaden of vijvers zijn wel duidelijke regels. Bouwtechnisch is het bouwen van een zwembad vergunningsvrij. Dit geldt voor zowel zwembaden op de grond als voor ingegraven zwembaden. Ruimtelijk zijn zwembaden niet per definitie vergunningsvrij. Het moet passend zijn binnen de regels van het Bestemmingsplan (Omgevingsplan). Als een gemeente specifiek zwembaden en vijvers heeft opgenomen in het bestemmingsplan (zie Regels op de Kaart), en aan die regels wordt voldaan, is een zwembad mogelijk vergunningsvrij, maar er gelden ook regels vanuit het Waterschap. Als er niets over in het bestemmingsplan staat is het een buitenplanse vergunningsplichtige omgevingsplanactiviteit (BOPA). Vraag dit na bij uw gemeente. Ook kan de activiteit ‘graven van de bodem of waterbodem’ in beeld komen.

Over tijdelijke opklap zwembaden is nog weinig jurisprudentie bekend. Geluidsoverlast kan wellicht wel tot discussie leiden. Hou dus rekening met uw buren.

 Héle klein bouwwerken

Tenslotte is er nog een restcategorie van bouwwerken kleiner dan 2 m2 en lager dan 1 meter. Deze mogen in het voor- en achtererfgebied komen. Hieronder vallen bijvoorbeeld een kippenhok of hondenhok, maar ook een buitenunit voor een warmtepomp. Een klein bouwwerk mag niet in een weiland geplaatst worden, want het moet altijd gaan om een gebouwerf, met een hoofdgebouw.